Montagewagen met beweegbaar platform TVT DB Digital Sound

Artikel-Nr.:  Trix-T22974
Montagewagen met beweegbaar platform TVT DB Digital Sound - Bild 1
ehemaliger UVP 2) : 479,99 (inkl. MwSt.)
Bei uns sparen Sie somit:10 %
431,99
inkl. MwSt. und zzgl. Versand
niet geschikt onder de 14 jaar
stuk
momenteel niet leverbaar
Kauf über Bonuspunkte:
Für den Kauf über Bonuspunkte werden 43.198,99 Bonuspunkte benötigt.
Fehlende Bonuspunkte: 43.198,99
Diesen Artikel merken Artikel ist gemerkt
Verfügbarkeit:(Lieferzeit: 1-2 Tage)
  • Beschreibung

Model: Met digitale decoder met uitgebreide geluidsfuncties. Geregelde hoogvermogenaandrijving. Onderhoudsvrije motor in compact model. 2 aangedreven assen. Geen antislipbanden. Driepuntsfrontsein en twee rode sluitseinen met de rijrichting wisselend, digitaal schakelbaar. Functie dubbele A-verlichting. Verlichting met onderhoudsvrije, warmwitte en rode ledlampjes. Machinistencabine met interieur. Omhoog en omlaag bewegen en zwenken van het werkplatform digitaal stuurbaar. Omhoog en omlaag bewegen van de schaarstroomafnemer digitaal stuurbaar. Stroomafnemer zonder functie voor gebruik van de bovenleiding. Gemonteerde details: daklicht, hoorn, koplampen en ladders. Lengte over de buffers 16,0 cm.

Eenmalige serie.

Voorbeeld: Montagewagen met beweegbaar platform TVT (latere BR 701) als onderhoudsvoertuig van de Deutsche Bundesbahn (DB). Met beweegbaar werkplatform en schaarstroomafnemer. Gebruikt voor het in stand houden en de controle van de bovenleiding. Zoals in gebruik in de leveringstoestand na 1957.

Montagewagen met beweegbaar platform serie 701 Door de voortschrijdende elektrificatie wonnen de montagewagens met beweegbaar platform voor onderhoudswerken aan het geëlektrificeerde spoorwegnet bij de jonge Bundesbahn steeds meer aan belang. Vanaf 1954 ontwikkelde de Waggon- und Maschinenbau GmbH in Donauwörth (WMD) in opdracht van en in nauwe samenwerking met de Bundesbahn-Zentralamt van München daaruit , met verregaande toepassing van bouwelementen van de tweemotorige railbus VT 98, de zogenaamde regelmontagewagen met beweegbaar platform (TVT, ook VT 55 of VT 93, vanaf 1968: 701). Omdat een elektrische aandrijving niet gevraagd werd, koos men voor verbrandingsmotoren als aandrijfbron. Voor de machine van de eerste serie (701 001-010 en 024) volstonden nog twee Büssing-motoren (type U9A) met een vermogen van elk 95,5 kW. Bij alle vervolgseries werden dan twee watergekoelde motoren onder de vloer (Büssing type U10) met een vermogen van in totaal 300 pk (221 kW) van de motoren van de railbus VT 98 (798) gebruikt. Via een speciale toerentalvullingregelaar kon men met een constante “kruipsnelheid” van 5 km/u rijden. De aandrijfinstallaties, ondergebracht in een onderstel analoog met de VT98, waren ontworpen voor een aanhanggewicht van 40 ton. Verder kon men met de motorwagen rangeerbewegingen met 200 ton maximale aanhanggewicht uitvoeren. Hiertoe had het rijtuig normale trek- en stootvoorzieningen in de gebruikelijke lichtgewichtversie gekregen. Tussen de twee machinistencabines bevond zich een werkplaatsruimte van ongeveer 26 m² vloeroppervlak, waar men de panoramakoepel kon beklimmen voor het inspecteren van de bovenleiding. Verder was een speciaal beveiligd luik beschikbaar om via het dak naar buiten te gaan, en een stroomafnemer op het dak voor de aarding en controle. In het midden van het dak was een platform dat men omhoog kon brengen en draaien, met ongeveer 6 m² vloeroppervlak, die tot een meter omhoog kon worden getild. Verder was hier ook een uitschuifbare geleider beschikbaar, waarmee men tot op een hoogte van 15 m kon werken. Om met de machinistencabine te kunnen communiceren, was er op de uitkijk en op het platform een luidsprekerinstallatie ingebouwd. De rijtuigen hadden verder schijfremmen met luchtdruk, een koelwaterverwarming en twee gescheiden stroomvoorzieningsinstallaties van 12 V. Tot 1974 gebruikte de DB in totaal 162 tweemotorige montagewagen met beweegbaar platform, die vanaf 1968 de serieaanduiding 701 kregen. Oorspronkelijk hadden alle TVT-machines een purperrode kleurstelling (RAL 3004). Vanaf 1975 volgde bij onderzoeken daaropvolgend de verandering van kleurstelling naar het gangbare goudgeel (RAL 1004) voor DB-dienstrijtuigen. Vanaf 2002 leidden het ontbreken van vervangonderdelen en de hoge ouderdom van de rijtuigen tot een snellere buitenbedrijfstelling, die met de buitendienststelling van de laatste TVT in 2013 werd afgesloten. Vele 701-toestellen konden echter aan privéspoorwegondernemingen en bij museumspoorwegen worden verkocht en zijn zo ook vandaag nog af en toe in dienst te bewonderen.

Marke
Trix
spoor
HO spoor 16,5mm
Current
DC
product
Diesellocomotieven
Technologie & Model Informatie
licht 3-Licht Spitzensignal & 2 Schlusslichter, mit Fahrtrichtung wechselnd
speciale functies Arbeitsbühne und Stromabnehmer digital steuerbar
schaal 1:87
Digital & Geluid
Digitaal & Geluid ex fabriek
land
Duitsland DB
era
tijdperk III
Die wechselvolle Geschichte von Trix spiegelt auch ein Stück Wirtschaftsgeschichte in Deutschland wider. Zusammenschlüsse und Übernahmen brachten immer wieder neue Besitzverhältnisse und Produktschwerpunkte. Dennoch kamen aus dem Hause Trix Entwicklungen, die zu den Meilensteinen der Modelleisenbahn zählten.
Ursprung war die 1838 gegründete Firma J. Hafner, danach die Vereinigten Spielwarenfabriken Andreas Förtner und J. Hafners Nachf. AG, die anfangs Zinnfiguren und dann auch Blechspielwaren produzierte. Zu den späteren Besitzern gehörte unter anderem Stephan Bing, der 1928 das Wissen für die Modelleisenbahn einbrachte.
Nach ersten antriebslosen Rollmodellen im Maßstab 1:180 kam 1964 Minitrix auf den Markt, die elektrische Modellbahn für die Spur N. Im gleichen Jahr erschien auch Trix International, das Zweileiter-Gleichstromsystem nach NEM. Die Trix Express-Modelle wurden nun parallel auch für International angeboten. Schon 1973 kam mit Trix e.m.s. die elektronische Mehrzugsteuerung. Trix e.m.s. verdoppelte die Möglichkeiten, Züge individuell zu steuern - beispielsweise konnten bei Trix Express mit Oberleitung sechs Lokomotiven unabhängig voneinander fahren.
1983 begann mit Selectrix das digitale Zeitalter. Die Vielzugsteuerung mit Mikroprozessor-Elektronik ist normkompatibel und läßt sich auch für andere Spurweiten und Marken einsetzen. Selectrix löste schließlich das e.m.s.-System ab.
Die Odyssee der Eigentumsverhältnisse fand ihr gutes Ende, als Trix 1997 von Märklin übernommen und Tochtergesellschaft der Märklin Holding wurde. Der Zusammenschluss der beiden Traditionshersteller verspricht eine kontinuierliche weitere Entwicklung, bei der Trix alle Vorteile und Kompetenz für Gleichstrombahnen in N und H0 umsetzen kann.
Das aktuelle Sortiment umfasst die Produktmarken Minitrix, Trix H0 (ehemals International), Express und Selectrix. Bereits seit 1978 kooperiert Trix mit Märklin bei Projekten wie zum Beispiel dem König-Ludwig-Zug und dem Kaiserzug Wilhelm II.
Gewiefte Modellbahner erkennen ein Trix-Modell, ohne auf die Marke zu schauen. "Typisch Trix" heißt es dann, was in der Regel als Kompliment gemeint ist. Tatsächlich hat die Marke ein Image, das für N und H0 gleichermaßen gilt und sich durch Epochentreue, liebevolle Detaillierung und lupenreine Bedruckungen auszeichnet.
Als Nürnberger Unternehmen haben wir uns besonders der barocken Pracht der Länderbahnen, speziell derjenigen Bayerns, angenommen. Dabei beschränken wir uns nicht etwa auf einige Parademodelle. Wer seine Anlage einer bestimmten Zeit widmet, kann komplette Reise- und Güterzüge epochengetreu zusammenstellen. Vom Glaskasten bis zur eleganten S 2/5 stehen geeignete Lokomotiven zur Auswahl.
Kundenbewertungen von Modellbahn Union einsehen